In ons leven hebben we veel verwachtingen…

Zo dromen we over hoe zaken zullen lopen, hoe dingen eruit zullen zien of hoe mensen zullen reageren. Regelmatig worden we dan teleurgesteld omdat het er in de praktijk heel anders uit ziet dan verwacht.

Zo gaan wij als gezin al jaren op wintersportvakantie met de verwachting dat we terecht komen in een soort van sprookjesachtige omgeving.
Romantische besneeuwde dorpjes met houten huisjes waar ijspegels aan de dakrand en rood-witte gordijntjes voor de ramen hangen. Zonovergoten pistes met krakende witte sneeuw waar je skiënd, soepeltjes vanaf glijdt en imposante naaldbomen die scherp afsteken tegen een diep blauwe hemel.
Meestal kloppen deze beelden ook….

Maar als je dan Oostenrijk binnen rijdt en voor het eerst ziet dat alles nog groen is, bekruipt je toch een ‘unheimische gefühl’. Gelukkig zijn wij allen optimistische persoonlijkheden en vooral Willem, dus hij wees ons op de besneeuwde bergtoppen en stelde ons gerust met de opmerking: “ach daarboven kunnen we vast en zeker skiën”. Wij geloofden hem graag smile-emoticon

De eerlijkheid gebiedt mij om te bekennen dat ik mij die ochtend, van de eerste dag, in het geheel niet optimistisch voelde toen ik naar buiten keek. Er zou sneeuw komen, maar het enige wat we zagen was een dikke mist.
Elkaar wederom oppeppend stelden we onze droom ietjes bij en vertelden we elkaar dat er boven op de berg vast en zeker beter zicht zou zijn, want wolken hangen immers altijd in het dal.

Toen we in de lift zagen dat de mist alleen maar dikker werd, probeerde we onszelf te overtuigen dat het toch allemaal slechts om het skiën ging en dat de omstandigheden er niet toe deden. Waarop we elkaar, met de bekende glimlach van de boer met kiespijn, aankeken.

Na veel geklungel op dezelfde piste (want die herkende je dan ten minste in de mist), heel vaak chocolademelk drinken in verschillende skihutten (voor de broodnodige afwisseling) hoopten we dat het die dag erop beter zou zijn en besloten we om ons te vermaken in de sauna van het hotel.

Als je dan op dag twee een nóg dikkere mist ziet, zakt ook bij de grootste optimist de moed in de schoenen. Hier hadden we niet van gedroomd!
Nadat we allemaal onze teleurstelling hadden uitgesproken (lees: effe flink gevloekt) besloten we toch om niet bij de pakken neer te gaan zitten.
We zouden naar een ander ski gebied in de buurt te gaan en hopen dat daar de omstandigheden beter waren.

In de skilift zochten we op de kaart een tocht uit die ons naar een hut op het hoogste punt van het gebied zou brengen: de Kristalhütte. Maar ook hier zagen we de mist alleen maar dikker worden. We keken elkaar wat wanhopig aan, we hadden maar één week en we wilden zo graag genieten!
Dát was het moment waarop we gezamenlijk besloten om van deze weersomstandigheden een uitdaging, een avontuur, te maken.
Deze mist was immers een totaal nieuwe ervaring die wij nog niet kenden en wie weet hoe het ons zou vergaan!

Vol goede moed stapten we uit de lift en zagen toen pas dat we (letterlijk) geen hand voor ogen konden zien. Je zag niet waar de sneeuw eindigde of de mist begon. Het was alsof we in een soort van witte cocon stonden waarbinnen je geen boven of onder kon onderscheiden en het voelde eigenlijk ook een beetje griezelig.

Voorzichtig schuifelden we op onze ski’s naar het begin van de, vermoedelijke, piste om het bordje met het juiste nummer te vinden.
We spraken af om vlak bij elkaar te blijven en steeds weer even te stoppen, omdat we wel begrepen dat je elkaar anders nooit meer terug zou vinden.

Wat we daarna deden kan ik eigenlijk geen skiën noemen, het was een soort van loop-glij-sta beweging waarbij we om de 5 meter naar elkaar gilden ‘ik ben hier, ik ben hier’. We werden er giechelig van, want om ons heen hoorden we in zowel Engels, Duits, als Frans andere mensen hetzelfde roepen.

Het was een soort van vervreemdend. Geluiden werden gedempt, dus je kon niet op je gehoor vertrouwen. Je zicht was volkomen ontnomen, dus je kon niet op je ogen vertrouwen. Eigenlijk moest je voortdurend op je gevoel vertrouwen!
En het was spannend omdat je werkelijk geen idee van de omgeving had en dus ook niet precies wist waar de afgronden waren. Vermoeiend omdat je voortdurend probeerde om in die mist bordjes en aanwijzingen te vinden. Verdwalend, omdat we net een afslag hadden gemist door die niets ontziende mist. Moed verzamelen omdat we dan wéér met diezelfde lift omhoog moesten, om vervolgens wéér in die mist dezelfde piste stukje voor stukje af te speuren naar de juiste afslag.

Jullie begrijpen dat de euforie, toen we eindelijk de juiste afslag vonden, zeer groot was en slechts overtroffen werd door het enorme gevoel van trots toen de Kristalhütte eindelijk in de mist zagen opdoemen. We realiseerden ons dat we, als gezin, een mooie mentale stap hadden gemaakt. Een stap “van verwachtingen naar avontuur”. Een stap die we ook vaak in ons dagelijkse leven zouden moeten maken, maar die we soms vanuit frustratie, luiheid of angst niet maken. Het hele gebeuren gaf stof voor prachtige gesprekken en inspiratie voor de bijgevoegde illustratie die onze dochters, die avond tekenden.

En zomaar ineens waren daar ineens dagen waarop onze dromen wél uitkwamen. Onder de kracht van een felle zon aan de strak blauwe hemel, strekte zich een magisch ‘winterwonderland’ in haar volle schoonheid voor ons uit. Méér dan ooit tevoren genoten we intens van de schoonheid van deze omgeving en waren we dankbaar voor wat we ‘zomaar’ kregen.

Bleek die mist toch achteraf een ‘blessing in disguise’ smile-emoticon….

Liefs